Pas op met dat hypen
Even terug naar een week of twee geleden, tijdens de Britse verkiezingscampagne. Nick Clegg, de leider van de Liberal Democats, zeg maar de links-liberalen, deed het niet slecht tijdens een tv-debat tegen Gordon Brown en David Cameron. Onmiddellijk werd hij tot grote winnaar uitgeroepen na één of andere bevraging van de kijkers. Daarna werd hij door de hele journalistengilde dé grote sensatie genoemd. De derde man, het nieuwe geluid. De nieuwe messias. Er werd alleen nog over Clegg gepraat. Volgens de opiniepeilingen liet hij de socialisten van Labour ver achter zich, en zou hij voor de eerste plaats strijden tegen de conservatieven.
Er kwam niets van terecht. De LibDems van Clegg werden niet de eerste partij in Groot-Brittannië. Ook niet de tweede partij. Sterker nog: Clegg verliest zelfs enkele zetels.
Moraal van het verhaal: men moet voorzichtig zijn met die kunstmatig opgeklopte strovuurpopulariteit. Journalisten zijn – gelukkig maar – niet representatief voor de kiezers. Ze denken doorgaans een stuk linkser dan hun lezers, kijkers en luisteraars. Dat zou Bart De Wever tot nadenken moeten stemmen. Ook hij wordt zwaar gehypet, en dan nog door journalisten die in feite hun neus ophalen voor alles waar De Wever voor staat.
De Britse verkiezingen zouden een les in nederigheid moeten zijn voor politici. De kiezers hebben laten zien dat zij het laatste woord hebben, en niet de journalisten en opiniepeilers.
IJdelheid is des mensen. Ook hier moet De Wever opletten. Hij wordt arrogant, denk maar aan zijn gratuite en onbegrijpelijke aanval tegen de Voorpost-militanten die eergisteren leeuwenvlaggen aan de autostradebruggen hingen (“ongelooflijk dom; zorgt voor verdeeldheid”). Het doet denken aan Hugo Schiltz, de doodgraver van de VU die de militanten van de VMO ‘wandluizen’ noemde. Is het toeval dat De Wevers nieuwe vriend Siegfried Bracke nu openlijk koketteert met Schiltz?